ECLI:NL:CRVB:2004:AR8045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid wegens onjuiste beperking inspanningsduur bij burn-out
Appellant, die sinds november 1999 arbeidsongeschikt is vanwege burn-outklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%, later verhoogd naar 55-65%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat appellant in staat was de werkzaamheden van de geselecteerde functies te verrichten.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt was, onderbouwd met rapporten van psychiater prof. dr. Hoogduin, psychologe Paping-Schoemaker en de HSK groep. Een door de Raad ingeschakelde onafhankelijke psychiater Van Eekeren concludeerde dat er ten onrechte geen beperking van de inspanningsduur was opgenomen en schatte een beperking van circa 40% in.
De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan dit deskundigenoordeel en oordeelde dat appellant niet in staat was de werkzaamheden te verrichten zonder een urenbeperking. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd, en gedaagde werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een urenbeperking van 40%.