ECLI:NL:CRVB:2004:AR7894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid en nieuwe berekening op basis van maandloonvergelijking
Appellant, wegens klachten aan zijn linkerschouder arbeidsongeschikt verklaard, ontving een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) gebruikte bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit een uurloonvergelijking, welke volgens de Raad niet juist is.
De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen het besluit van het Uwv ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gebruikte methode in strijd is met artikel 5 van Pro de AAW en artikel 18 van Pro de WAO. De Raad volgde het oordeel van een onafhankelijke medische deskundige en vond geen aanleiding om af te wijken van de medische beoordeling.
De Raad stelde vast dat de resterende verdiencapaciteit op basis van een maandloonvergelijking een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse zou opleveren. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het Uwv opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een maandloonvergelijking.