ECLI:NL:CRVB:2004:AR7770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitbetaling niet opgenomen vakantiedagen na langdurige non-activiteit
Appellant was sinds 1 december 2000 ontslagen bij het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM) en had sinds 12 mei 1992 wegens arbeidsongeschiktheid en buitendienststelling geen werkzaamheden verricht, maar bleef wel bezoldigd. Hij verzocht in juni 2001 om uitbetaling van een verlofstuwmeer van 74 dagen, waarvan slechts 65 uren werden uitbetaald. Dit verzoek werd afgewezen op grond van het in 1991 ingevoerde Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) dat het stuwen van verlof tegengaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verlofstuwmeer per 31 december 1994 nog bestond, maar dat per 1 januari 1995 niet opgenomen vakantiedagen boven het ARAR-maximumbedrag vervielen. Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van deze regeling en dat hij onrechtvaardig werd behandeld, mede gelet op zijn situatie bij het RIVM. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde dat appellant geen aanspraak kon maken op toepassing van de ingetrokken vakantiebepalingen of artikel 52 ARAR Pro.
De Raad benadrukte dat appellant ondanks zijn langdurige non-activiteit en het ontbreken van arbeidsprestaties, wel bezoldiging ontving en dat dit geen aanleiding gaf tot een tegemoetkoming. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en appellant zag af van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen.