ECLI:NL:CRVB:2004:AR7665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid bij WAO-schatting
Appellant, voormalig schoonmaker, viel op 8 februari 1999 uit vanwege rug- en psychische klachten. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), weigerde op 6 maart 2001 een WAO-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld. Appellant stelde dat het onderzoek onvolledig was en dat een psychiatrisch expertise ontbrak.
De primaire verzekeringsarts stelde een belastbaarheidspatroon vast met beperkingen bij tillen, dragen en psychische belastbaarheid. De arbeidsdeskundige selecteerde drie functies die appellant zou kunnen vervullen, wat geen verlies aan verdiencapaciteit liet zien. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef dit oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de medische gegevens voldoende waren en dat geen aanleiding bestond een medisch deskundige te raadplegen. Er zijn voldoende functies binnen de belastbaarheid van appellant voorgehouden, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid terecht onder 15% is vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant terecht op minder dan 15% is vastgesteld.