ECLI:NL:CRVB:2004:AR7663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken verlies verdiencapaciteit
Appellante, uitgevallen met heupklachten, werd door een verzekeringsarts onderzocht die een belastbaarheidspatroon opstelde waarin haar beperkingen werden opgenomen. Op basis hiervan selecteerde een arbeidsdeskundige passende functies die appellante zou kunnen vervullen. Een vergelijking van de mediane loonwaarde van deze functies met het maatmaninkomen toonde aan dat er geen sprake was van verlies aan verdiencapaciteit.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen niet goed waren ingeschat en dat zij de voorgestelde functies niet kon vervullen, met name vanwege problemen bij het lopen. De Raad nam het standpunt van appellante niet over, omdat het bestreden besluit was gebaseerd op een gedegen medisch onderzoek, inclusief informatie van een orthopedisch chirurg en een bezwaarverzekeringsarts die de conclusies onderschreef.
De Raad stelde vast dat appellante geen aanvullende objectieve medische gegevens had ingebracht die een zwaardere beperking zouden aantonen. De functies die haar waren voorgehouden vielen binnen haar belastbaarheid en waren passend en geschikt. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond was en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van verlies aan verdiencapaciteit.