ECLI:NL:CRVB:2004:AR7660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 25 november 2001
Appellant, die sinds 1 mei 1997 wegens rug- en beenklachten niet meer als automonteur kon werken, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%. Na een medische herkeuring in 2001 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij naar 35-45%, wat appellant betwistte. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en stelde de ingangsdatum van de herziening uit van 25 naar 29 november 2001, maar bevestigde het percentage van 35-45%.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voerde hij aan dat zijn medische situatie verslechterd was en dat de functies die hem werden voorgehouden niet volledig door hem konden worden vervuld. Hij vroeg om nader medisch onderzoek door een onafhankelijke deskundige. De Raad overwoog dat geen nieuwe medische gegevens waren ingebracht die het eerdere oordeel konden wijzigen. De arbeidskundige beoordeling dat appellant de functies samensteller en bestelautochauffeur kon vervullen, werd bevestigd. Ook het betoog over traplopen bij de functie bestelautochauffeur werd verworpen omdat appellant dit niet onderbouwde.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit van het UWV, waarin de mate van arbeidsongeschiktheid op 35-45% werd vastgesteld per 25 november 2001, standhoudt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 25 november 2001 en wijst het hoger beroep af.