ECLI:NL:CRVB:2004:AR7512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage AWBZ bij verblijf in verpleeghuis
Appellant maakte bezwaar tegen de vastgestelde eigen bijdrage van €1967,14 (€892,65 per maand) in het kader van de AWBZ vanwege zijn verblijf in een verpleeghuis. De rechtbank Zwolle verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het resterende bedrag voor persoonlijke uitgaven niet ontoereikend was en dat geen onjuiste bedragen waren gebruikt bij de vaststelling.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het resterende vrij besteedbare inkomen onvoldoende was, waardoor hij gedwongen zou zijn te interen op zijn eigen vermogen. De Raad heeft dit betoog en de toepasselijke regelgeving onderzocht en geen aanleiding gevonden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Hiermee blijft de vastgestelde eigen bijdrage ongewijzigd en wordt het beroep van appellant verworpen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde eigen bijdrage blijft gehandhaafd.