ECLI:NL:CRVB:2004:AR7512

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/5956 AWBZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
AWBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging eigen bijdrage AWBZ bij verblijf in verpleeghuis

Appellant maakte bezwaar tegen de vastgestelde eigen bijdrage van €1967,14 (€892,65 per maand) in het kader van de AWBZ vanwege zijn verblijf in een verpleeghuis. De rechtbank Zwolle verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het resterende bedrag voor persoonlijke uitgaven niet ontoereikend was en dat geen onjuiste bedragen waren gebruikt bij de vaststelling.

Appellant voerde in hoger beroep aan dat het resterende vrij besteedbare inkomen onvoldoende was, waardoor hij gedwongen zou zijn te interen op zijn eigen vermogen. De Raad heeft dit betoog en de toepasselijke regelgeving onderzocht en geen aanleiding gevonden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.

De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Hiermee blijft de vastgestelde eigen bijdrage ongewijzigd en wordt het beroep van appellant verworpen.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde eigen bijdrage blijft gehandhaafd.

Uitspraak

H E T P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 17 november 2004
van de meervoudige kamer
Datum: 17 november 2004
Zitting hebben: mr. M.I. ’t Hooft , als voorzitter, mr. G.M.T. Berkel-Kikkert en
mr. C.J. Borman, als leden. Griffier: B.M. Biever-van Leeuwen
2e Zaak, reg.nr: 02/5956 AWBZ
Inzake: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, verschenen bij gemachtigde
K.L. Wieten,
tegen
OWM Ziekenfonds Het Groene Land U.A. te Zwolle, gedaagde, verschenen bij gemachtigde mr. H. Kreeft
Bij het bestreden besluit heeft gedaagde vastgehouden aan de in verband met het verblijf van appellant in een verpleeghuis op ? 1967,14 (€ 892,65) vastgestelde eigen bijdrage in het kader van de AWBZ.
De rechtbank Zwolle heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep bij uitspraak van 25 oktober 2002, reg.nr. 02/220 AWBZ, met vermelding van de toepasselijke bij en krachtens de AWBZ gestelde imperatieve voorschriften ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de grief van appellant dat het hem per maand resterende bedrag voor persoonlijke uitgaven naar zijn mening ontoereikend is zodat hij gedwongen inteert op het eigen vermogen, verworpen. Voorts heeft de rechtbank geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat gedaagde bij de vaststelling van de hoogte van de eigen bijdrage van onjuiste bedragen is uitgegaan en dat het appellant resterende vrij besteedbare inkomen na afdracht van de eigen bijdrage niet onder het ten tijde van belang geldende zakgeldbedrag van ? 432,50 (€ 196,26) per maand komt.
De Raad heeft in hetgeen door appellant - bij wijze van herhaling van het gestelde in eerste aanleg - in hoger beroep is aangevoerd noch in de in dit geval van toepassing zijnde regelgeving aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de rechtbank niet te volgen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en beslist daarom als volgt:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 22 november 2004
De plv. griffier. De fungerend voorzitter.
B.M. Biever-van Leeuwen M.I. ’t Hooft
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.