ECLI:NL:CRVB:2004:AR7426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij 25-35% arbeidsongeschiktheid na nekklachten
Appellant is wegens nekklachten uitgevallen uit zijn functie en heeft een WAO-uitkering toegekend gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het besluit is gebaseerd op verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige rapporten die aangeven dat appellant niet geschikt is voor zijn vroegere werk, maar wel voor andere functies die passen bij zijn beperkingen.
De rechtbank Rotterdam heeft het besluit bevestigd en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de klachten van appellant niet leidden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Het door appellant overgelegde radiologisch rapport gaf geen aanleiding om het oordeel te herzien, omdat het geen uitspraak deed over belastbaarheid.
Appellant stelde dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd onvoldoende waren toegelicht en dat hij ten onrechte geschikt werd geacht voor die functies. De Raad liet een aanvullende beoordeling uitvoeren door een bezwaarverzekeringsarts, die de geschiktheid van de functies nader toelichtte. De Raad concludeert dat de toelichting voldoende is en ziet geen reden om een onafhankelijk deskundige te raadplegen.
Gezien het voorgaande bevestigt de Raad het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is in het openbaar gegeven op 23 november 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering van 25-35% en wijst het verzoek tot raadpleging van een onafhankelijke deskundige af.