ECLI:NL:CRVB:2004:AR7412
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken bevestiging vrijheidberoving
Eiser, geboren in 1925, heeft in september 2002 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië gedwongen tewerkgesteld was in Praï en daarbij vrijheidsberoving had ondergaan.
Verweerster heeft de aanvraag afgewezen omdat de gestelde vrijheidberoving niet bevestigd kon worden en er geen bewijs was dat eiser vervolgingsmaatregelen door de Japanse bezetter te vrezen had op grond van ras, geloof, wereldbeschouwing, Europese afkomst of gezindheid. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep behandeld op 21 oktober 2004, waarbij eiser in persoon verscheen. Na onderzoek van archieven en historische documenten kon geen bevestiging worden gevonden van de aard en omstandigheden van eisers tewerkstelling, noch van vervolgingsmaatregelen in Penang waar eiser woonde.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn aanvraag tot erkenning als vervolgingsslachtoffer blijft in stand.