ECLI:NL:CRVB:2004:AR7409
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeschiedenis
Eiser, geboren in 1925, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten door oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Hij verwees naar plunderingen, betrokkenheid bij een razzia en tewerkstelling in Praï.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiser door oorlogsgeweld in de zin van de Wet was getroffen. Algemene oorlogsomstandigheden zoals ontwrichting van het gezinsleven en armoede zijn niet voldoende voor erkenning. Het onderzoek van verweerster, inclusief archiefonderzoek, vond geen bevestiging van de door eiser gestelde calamiteiten.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van eiser alleen niet volstaan en dat het bestreden besluit terecht standhoudt. Er is geen grond voor vergoeding van proceskosten. De erkenning is gebonden aan specifieke gebeurtenissen zoals omschreven in de Wet, die niet zijn aangetoond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt gehandhaafd.