ECLI:NL:CRVB:2004:AR7388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van korting en terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkering na drie jaar aaneengesloten korting
Appellant, een zelfstandig ondernemer, ontving vanaf 16 mei 1995 een arbeidsongeschiktheidsuitkering (AAW) die later werd omgezet in een WAZ-uitkering. Gedaagde paste op basis van artikel 33 van Pro de AAW korting toe op de uitkering over de jaren 1995 tot en met 1998 vanwege inkomsten uit arbeid. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en tegen de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en wees op het beginsel van rechtszekerheid dat toepassing van kortingsbepalingen met terugwerkende kracht op reeds uitbetaalde uitkeringen in principe uitsluit, behalve wanneer betrokkene redelijkerwijs kennis kon dragen van de invloed van inkomsten op de uitkering. De Raad bevestigt deze jurisprudentie en oordeelt dat deze uitzondering in deze zaak zonder meer van toepassing is.
De Raad wijst erop dat appellant bij eerdere herzieningsbesluiten was geïnformeerd over de maximale duur van de korting en dat de toegepaste middeling van inkomsten over de jaren 1997-1999 redelijk was. De vertraging in besluitvorming en het ontbreken van een ondubbelzinnige schriftelijke mededeling dat van korting zou worden afgezien, maken het beroep op het vertrouwensbeginsel niet aannemelijk. De terugvordering is gegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart de beroepen van appellant ongegrond.