ECLI:NL:CRVB:2004:AR7380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen AOW-pensioenbesluit
Appellant stelde bezwaar in tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin hem een ouderdomspensioen van 96% van het volledige AOW-pensioen werd toegekend. Het bezwaar werd ingediend na de wettelijke termijn van zes weken, omdat appellant op vakantie was en pas na terugkomst het besluit onder ogen kreeg.
Appellant voerde aan dat hij verrast was door het besluit, geen idee had hoe een bezwaarschrift te schrijven en pas na advies van het Nederlandse consulaat bezwaar kon maken. Tevens stelde hij dat post vanuit Nederland lang onderweg is en hij geen hulp had vanwege taalbarrière.
De Raad oordeelde dat de termijn voor bezwaar zes weken bedraagt en dat appellant onvoldoende maatregelen had getroffen om tijdig bezwaar te maken tijdens zijn afwezigheid. Volgens vaste jurisprudentie moet een betrokkene die langere tijd afwezig is adequate maatregelen treffen om zijn belangen te behartigen. De termijnoverschrijding werd daarom niet verschoonbaar geacht.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding en wees het hoger beroep af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het AOW-pensioenbesluit is niet tijdig ingediend en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.