ECLI:NL:CRVB:2004:AR7374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling minimale premie vrijwillige AOW/ANW verzekering voor in Zwitserland woonachtige Nederlandse
Appellante, een Nederlandse die sinds 1996 in Zwitserland woont, maakte bezwaar tegen de vaststelling van de door haar verschuldigde minimale premie voor de vrijwillige AOW/ANW verzekering over 1998 en 2001. De Sociale Verzekeringsbank had de premie vastgesteld op respectievelijk 5% en 10% van de maximale premie, conform het destijds geldende dwingende recht.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de bezwaren ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad overwoog dat de wettelijke bepalingen omtrent de minimale premie dwingend zijn en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die afwijking rechtvaardigen. Ook de verhoging van de minimumpremie per 1 januari 2001 is niet onredelijk, aangezien deze bewust door de besluitgever is vastgesteld.
Appellante voerde aan dat zij door deze regeling ongelijk wordt behandeld ten opzichte van in Nederland woonachtige personen en dat de besluiten in strijd zijn met de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland over het vrije verkeer van personen. De Raad oordeelt dat deze Overeenkomst pas vanaf 1 juni 2002 in werking is getreden en dus niet van toepassing is op de jaren 1998 en 2001.
De Raad concludeert dat de vastgestelde premies rechtmatig zijn en dat het hoger beroep ongegrond is. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de minimale premies voor de vrijwillige AOW/ANW verzekering rechtmatig zijn vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.