ECLI:NL:CRVB:2004:AR7214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering ondanks psychische klachten appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering door het UWV op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 15 juli 2001. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging met een aanvullend psychiatrisch rapport.
De door appellant overgelegde expertise van een transcultureel psychiater stelde dat er sprake was van een chronisch pijn-depressief-angstig beeld, waarbij appellant volledig arbeidsongeschikt zou zijn. De Raad hechtte echter doorslaggevende waarde aan objectief vastgestelde ziekteverschijnselen en verwierp het subjectieve klachtenbeeld als onvoldoende.
De Raad oordeelde dat er voldoende rekening was gehouden met de psychische klachten door beperkingen te stellen voor tijdsdruk en conflicthantering en dat de voorgestelde functies hiermee in overeenstemming waren. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering aan appellant.