ECLI:NL:CRVB:2004:AR7151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken per 1 januari 1998 vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Gedaagde vorderde vervolgens een bedrag van fl 16.605,77 terug wegens onverschuldigde betaling. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar diende dit pas na afloop van de bezwaartermijn in. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het terugvorderingsbesluit op juiste wijze per aangetekende post is verzonden en op het juiste adres is aangeboden. Appellant kon vanaf 9 november 1999 kennisnemen van het besluit, maar haalde het aangetekend schrijven niet op. De Raad acht het niet aannemelijk dat de post niet correct is aangeboden.
De Raad overweegt dat ook het intrekkingsbesluit van 26 oktober 1999 mede bekend was gemaakt in het terugvorderingsbesluit, waardoor de bezwaartermijn voor beide besluiten op 9 november 1999 begon en op 20 december 1999 eindigde. Het bezwaar van appellant van 11 januari 2000 is daarmee te laat ingediend en niet-ontvankelijk. Er zijn geen omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.