ECLI:NL:CRVB:2004:AR6915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens onbekwaamheid niet gerechtvaardigd door situationele arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 1981 in dienst van de gemeente Brummen en werd in 1998 herplaatst na een reorganisatie, waarbij hij een halve weektaak kreeg als beleidsmedewerker. Na langdurige ziekte en een periode van situationele arbeidsongeschiktheid, waarbij appellant onvoldoende werk kreeg en buitenspel werd gezet, meldde hij zich ziek wegens deze situatie.
De gemeente stelde een outplacementtraject voor, maar dit leidde niet tot overeenstemming. Vervolgens werd appellant per 1 april 2002 ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor zijn functie anders dan op grond van ziekte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelde anders.
De Raad stelt dat de ongeschiktheid moet blijken uit het ontbreken van eigenschappen of instelling voor de functie, en dat situationele arbeidsongeschiktheid dit niet automatisch betekent. De gemeente heeft volgens de Raad onvoldoende initiatief genomen om de situatie op te lossen en heeft daarmee bijgedragen aan de problematiek. Daarom is het ontslag onterecht en moet de gemeente een nieuwe beslissing nemen, met vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens onbekwaamheid wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuwe beslissing te nemen.