ECLI:NL:CRVB:2004:AR6849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit dagloon en vervolgdagloon WAO-uitkering ondanks betwisting appellant
Appellant betwistte de vaststelling van het dagloon en vervolgdagloon waarop zijn WAO-uitkering is gebaseerd. Hij stelde dat het dagloon had moeten worden berekend op basis van het salaris dat hij met zijn laatste werkgever, een uitzendbureau, was overeengekomen en dat contante betalingen bij de berekening hadden moeten worden betrokken.
De Raad overwoog dat appellant geen bewijs had geleverd voor de contante betalingen en dat de arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau een uitzendovereenkomst betrof, waarbij geen loondoorbetaling plaatsvond na ziekmelding. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het dagloon op basis van de door werkgevers verstrekte loongegevens was vastgesteld en dat het evenredig verlagen van het dagloon conform de Dagloonregelen WAO juist was toegepast.
Verder oordeelde de Raad dat het arbeidspatroon van appellant niet zodanig was gewijzigd dat het eerste lid van artikel 14 van Pro de Dagloonregelen WAO niet van toepassing was. Er waren geen aanwijzingen dat het niet-werken voortkwam van andere oorzaken dan persoonlijke voorkeur. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit over het dagloon en vervolgdagloon en wijst het beroep van appellant af.