ECLI:NL:CRVB:2004:AR6802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing psychische beperkingen
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek met fysieke klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Zij voerde in hoger beroep aan dat ook psychische beperkingen haar volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden, onderbouwd met rapporten van klinisch-psycholoog Hoogeveen.
De Raad stelde vast dat appellante de fysieke beperkingen niet betwist, maar dat de psychische beperkingen niet zijn aangetoond door objectief medisch bewijs. De medische rapportages van verzekeringsartsen en medisch specialisten ondersteunen de conclusies van Hoogeveen niet. Ook werden de voor appellante geselecteerde functies als passend beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het standpunt van de verzekeringsartsen juist is en dat de intrekking van de WAO-uitkering per 18 januari 2001 terecht is. Het hoger beroep werd verworpen en de bestreden uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van psychische beperkingen.