ECLI:NL:CRVB:2004:AR6655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken van schade en onvolledige kostenopgave
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar inzake de vaststelling van het gemiddeld aantal arbeidsuren (GAA) waarop zijn WW-uitkering is gebaseerd. Na een herberekening van het GAA en het dagloon per 17 maart 1999, waarbij sprake was van twee naast elkaar lopende rechten, werd vastgesteld dat appellant recht had op een enkel lopend recht.
Appellant stemde in met de herberekening en verzocht om toekenning van wettelijke rente en vergoeding van gemaakte kosten en tijd. Gedaagde gaf aan dat nog niet was beoordeeld of de herziene beslissing leidde tot nabetaling en dat vergoeding van kosten alleen conform het Besluit proceskosten bestuursrecht mogelijk was. Later werd appellant geïnformeerd dat teveel uitkering was verstrekt, maar dat terugvordering niet plaatsvond en vergoeding van wettelijke rente niet aan de orde was.
De Raad oordeelde dat er geen geschil meer was over de vaststelling van het GAA en dat appellant geen belang had bij vernietiging van het besluit op bezwaar. Omdat appellant niet had aangegeven welke kosten hij had gemaakt en geen schade was gebleken, werd hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en werd het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en het verzoek om vergoeding van kosten wordt afgewezen.