ECLI:NL:CRVB:2004:AR6406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 65 tot 80 procent in WAO-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid aanvankelijk werd vastgesteld op 45 tot 55 procent, later verhoogd naar 65 tot 80 procent na een medische expertise. De rechtbanken verklaarden haar beroepen ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het standpunt van gedaagde onderschreven dat appellante weliswaar beperkingen ondervindt, maar geschikt is voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 65 tot 80 procent. De medische rapporten, waaronder die van een revalidatie-arts en specialisten uit een civiele procedure, ondersteunen dit oordeel en geven geen aanleiding tot een hogere mate van beperkingen.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid blijft daarmee ongewijzigd, en de WAO-uitkering wordt gehandhaafd op het niveau van 65 tot 80 procent.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op 65 tot 80 procent en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.