ECLI:NL:CRVB:2004:AR6240
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bewijs calamiteiten
Eiser, geboren in 1935 in voormalig Nederlands-Indië, diende in 2002 een aanvraag in om als burger-oorlogsslachtoffer erkend te worden en aanspraak te maken op een toeslag, periodieke uitkering en bijzondere voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO).
Verweerster wees de aanvraag af omdat de door eiser opgevoerde gebeurtenissen, waaronder huiszoekingen, beschietingen, bombardementen, vluchten en geweld tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode, niet voldoende werden bevestigd door onafhankelijke gegevens. De Raad volgde dit oordeel en vond dat oorlogservaringen niet uitsluitend op eigen verklaringen kunnen worden gebaseerd, maar door aanvullende gegevens ondersteund moeten worden.
De Raad concludeerde dat geen bewijs was dat eiser persoonlijk betrokken was bij de genoemde calamiteiten of dat hij onder levensbedreigende omstandigheden verkeerde. Ook de erkenning van eisers broer als burger-oorlogsslachtoffer kon niet tot een andere uitkomst leiden omdat diens ervaringen anders waren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De Raad benadrukte dat een medische beoordeling pas aan de orde is als vaststaat dat sprake is van een gebeurtenis die onder de Wet valt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan bevestiging van de opgevoerde calamiteiten.