ECLI:NL:CRVB:2004:AR6118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening WAO-dagloon ondanks betwisting looncomponenten
Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van het WAO-dagloon dat door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) was vastgesteld, specifiek over de periode waarin hij 47 dagen werkte bij Start uitzendbureau. Hij stelde dat het bruto loon op de loonspecificatie hoger was dan het bedrag dat in de berekening was meegenomen.
De rechtbank had het bezwaar van appellant afgewezen, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of de berekening van het dagloon onjuist was, mede aan de hand van de loonstrook en bankafschriften die appellant overlegd had.
De Raad concludeerde dat het door het Uwv gehanteerde bedrag correct was, omdat het totaalbedrag op de specificatie ook componenten bevatte die niet relevant zijn voor de dagloonberekening, zoals uitbetaling van vakantierechten. Appellant kon zijn stelling van een hoger uurloon niet met concrete en verifieerbare gegevens onderbouwen.
Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd en werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De berekening van het WAO-dagloon blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de berekening van het WAO-dagloon en verklaart het hoger beroep ongegrond.