ECLI:NL:CRVB:2004:AR6075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering kinderbijslag vierde kwartaal 1995 wegens onjuiste wettelijke grondslag
Appellante ontving kinderbijslag voor haar kinderen, waaronder Yassine, die sinds april 1994 niet meer bij haar in Nederland verbleef maar bij zijn tante in Marokko. De Sociale Verzekeringsbank weigerde kinderbijslag over diverse kwartalen vanaf 1995 en vorderde terugbetaling wegens onvoldoende bewijs van onderhoud.
Appellante voerde aan dat zij via haar vader onderhoudsbijdragen leverde en dat er bijzondere omstandigheden waren die directe betalingen aan de verzorgster onmogelijk maakten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigde dit, behalve voor het vierde kwartaal van 1995.
De Raad oordeelde dat de terugvordering over dat kwartaal berustte op een onjuiste wettelijke grondslag en vernietigde dit deel van het besluit. Voor de overige kwartalen was de terugvordering terecht. Tevens veroordeelde de Raad de Sociale Verzekeringsbank tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De terugvordering van kinderbijslag over het vierde kwartaal van 1995 wordt vernietigd en voor de overige kwartalen bevestigd.