ECLI:NL:CRVB:2004:AR6042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Geen gezagsverhouding bij CAD-werkzaamheden, geen privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellante, een bedrijf dat verpakkingsmachines produceert, schakelde een CAD-tekenaar in voor specialistische tekenwerkzaamheden. Tijdens een looncontrole stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vast dat betalingen aan deze tekenaar buiten de loonadministratie vielen en kwalificeerde dit als privaatrechtelijke dienstbetrekking, met als gevolg premiecorrecties over de jaren 1996 tot en met 2000.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellante hoger beroep instelde. In het hoger beroep voerde appellante aan dat er geen gezagsverhouding bestond: de tekenaar kreeg geen bindende instructies, bepaalde zelf zijn werktijden, werkte thuis en leverde geen werk per tijdseenheid af.
De Raad overwoog dat voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking drie voorwaarden gelden: persoonlijke dienstverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding. De Raad stelde vast dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een gezagsverhouding bestond. De tekenaar werd ingehuurd vanwege zijn specialistische deskundigheid, werkte zelfstandig en buiten het kantoor van appellante. Het enkele feit dat appellante wensen en randvoorwaarden voor het eindresultaat stelde, impliceert geen gezag.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit tot premiecorrecties wordt vernietigd wegens ontbreken van gezagsverhouding.