ECLI:NL:CRVB:2004:AR6006
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens tijdsoverschrijding
De opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep niet tijdig waren ingediend. Hiertegen stelde de opposant verzet in. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet beoordeeld zonder opposant te horen, omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.
De Raad oordeelde dat het beroepschrift van 3 september 2003 wel degelijk de gronden bevatte waarop het beroep berust, waarmee aan het wettelijke vereiste van artikel 6:5, eerste lid, Awb werd voldaan. Op grond hiervan werd het verzet gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
De zaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de niet-ontvankelijkverklaring. Er werden geen gronden gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 11 november 2004 door de voorzitter C.G. Kasdorp namens de Centrale Raad van Beroep uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.