ECLI:NL:CRVB:2004:AR5899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit termijnbetaling terugvordering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant ontving sinds 1978 een WAO-uitkering en werd later geconfronteerd met terugvordering wegens het niet melden van een dienstverband en loon. De terugvordering werd vastgesteld op een termijnbedrag van 482,40 gulden per maand, waarbij rekening werd gehouden met andere schulden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat oudere schulden voorrang hadden moeten krijgen bij de vaststelling van het termijnbedrag. De Raad verwierp dit omdat de ouderdom van de schulden niet was vastgesteld. Wel oordeelde de Raad dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, omdat een latere berekening met lagere termijnen niet was toegelicht.
Daarom vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit over de termijnbetaling van de terugvordering WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en terugverwezen voor een nieuw besluit.