ECLI:NL:CRVB:2004:AR5672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil over de weigering van een WAO-uitkering aan gedaagde met ingang van 22 januari 2000. De rechtbank Zwolle had het bezwaar van gedaagde gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd door de verzekeringsarts en bevestigd door de bezwaarverzekeringsarts. Gedaagde bracht geen nieuwe medische gegevens naar voren die het oordeel konden beïnvloeden.
Ten aanzien van de arbeidskundige beoordeling stelde de Raad vast dat de schatting van de resterende verdiencapaciteit nu gebaseerd was op andere functies dan die door de rechtbank waren beoordeeld. Deze functies waren passend en geselecteerd volgens de geldende richtlijnen. De Raad concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid van gedaagde minder dan 15% bedraagt, waardoor het beroep ongegrond is en het bestreden besluit standhoudt.
De uitspraak bevestigt dat de methodiek van functieselectie en schatting volgens het Besluit uurloonschatting toereikend is en dat het UWV terecht het recht op WAO-uitkering heeft geweigerd. De uitspraak is gedaan op 19 oktober 2004 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.