ECLI:NL:CRVB:2004:AR5366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th. G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken woonplaats in bijstandsgemeente
Appellant kreeg een bijstandsuitkering toegekend voor de periode van 7 maart 2000 tot 7 maart 2001. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest trok deze uitkering in omdat appellant zijn woonplaats niet langer in de gemeente Soest zou hebben gehad. Tevens werd de onverschuldigd betaalde bijstand teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk in de gemeente Soest woonde en geen onjuiste informatie had verstrekt. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat appellant zijn woonplaats niet meer in de gemeente Soest had, gebaseerd op feitelijke omstandigheden zoals verklaringen van familie, bankafschriften en het ontbreken van een eigen bed op het opgegeven adres.
De Raad stelde vast dat appellant in strijd met zijn inlichtingenverplichting niet had gemeld dat hij was verhuisd, waardoor het recht op bijstand terecht was ingetrokken. Ook waren er geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van onverschuldigde bijstand worden bevestigd omdat appellant niet in de bijstandsgemeente woonde.