ECLI:NL:CRVB:2004:AR5298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens niet voldoen aan woonvereiste 1975-1976
Appellante, geboren in 1942, werkte in Nederland tot 1963 waarna zij naar de Verenigde Staten verhuisde. In 1997 vestigde zij zich opnieuw in Nederland en vroeg in 2000 een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan, die werd geweigerd omdat zij niet voldeed aan het woonvereiste van artikel 91 AAW Pro.
Na een eerdere afwijzing en een daaropvolgend beroep, waarbij onvoldoende bewijs werd geleverd voor het verblijf in Nederland in de relevante periode, diende appellante in 2002 een nieuwe aanvraag in met aanvullende documenten over de inschrijving van haar kinderen op een Nederlandse basisschool in 1975/1976.
De Raad oordeelde dat deze nieuwe feiten weliswaar nieuw waren, maar niet voldoende om het oorspronkelijke besluit te herzien, omdat de documenten geen bewijs leveren van het eigen verblijf van appellante in Nederland in die periode. Bovendien was er onduidelijkheid over het precieze begin van haar verblijf en had dit aanvankelijk een voorlopig karakter.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot weigering van de uitkering en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.