ECLI:NL:CRVB:2004:AR5200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische en arbeidskundige grondslag
Appellant ontving een WAO-uitkering die per 1 januari 2000 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd door de rechtbank. In hoger beroep stelde appellant dat nader medisch onderzoek nodig was en dat de arbeidskundige functies onjuist waren toegepast.
De Raad oordeelde dat geen aanleiding bestond voor aanvullend medisch onderzoek omdat de bezwaarverzekeringsarts de medische situatie adequaat had beoordeeld. De arbeidskundige schatting werd eveneens als juist bevestigd, ook al waren sommige functies in de bezwaarprocedure vervallen, omdat vergelijkbare functies binnen dezelfde fb-codes waren aangewezen.
Gedaagde herzag het eerdere besluit en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 35 tot 45%, waarop appellant zijn beroep handhaafde. De Raad verklaarde het hoger beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit is ongegrond verklaard waarbij de WAO-uitkering is herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.