ECLI:NL:CRVB:2004:AR4995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsgeschiktheid appellant in Ziektewetzaak na medische beoordeling
Appellant, werkzaam als distributiechauffeur via een uitzendbureau, meldde zich ziek wegens rugklachten. Diverse verzekeringsartsen onderzochten hem meerdere malen en stelden geen afwijkingen vast die zijn arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen. Een orthopedisch chirurg concludeerde op basis van neurologisch onderzoek en röntgenfoto's dat er slechts geringe degeneratieve afwijkingen waren zonder beperkingen.
Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), besloot daarom de ziekengelduitkering stop te zetten. Appellant maakte bezwaar en legde medische rapporten voor, maar de bezwaarverzekeringsarts handhaafde het oordeel dat appellant arbeidsgeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die het oordeel van de rechtbank bevestigde. De Raad vond geen aanleiding om het standpunt van gedaagde te wijzigen, gelet op de consistente medische beoordelingen en het ontbreken van objectieve afwijkingen die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad wees tevens op het ontbreken van gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid en verklaart het beroep ongegrond.