ECLI:NL:CRVB:2004:AR4994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch.J.G. Olde Kalter
- J. Verrips
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van geschiktheid tot arbeid ondanks aspecifieke pijnklachten
Appellante, werkzaam bij de gemeente Hellevoetsluis, viel uit wegens rugklachten en verloor haar dienstverband per 1 januari 2002. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot dat zij vanaf 2 april 2002 niet meer ongeschikt is voor arbeid en beëindigde het ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante opnieuw aan dat zij wegens klachten niet in loondienst kan werken. De Raad stelde vast dat de verzekeringsartsen geen medische gronden vonden om haar ongeschiktheid te bevestigen.
De medische onderzoeken toonden geen afwijkingen die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen, en de Raad vond geen reden om het oordeel van de artsen te verwerpen. Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het eerdere oordeel en het besluit van het Uwv.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet ongeschikt is voor arbeid en het recht op ziekengeld per 2 april 2002 eindigt.