ECLI:NL:CRVB:2004:AR4894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van rechtens onaantastbare WAO-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om terug te komen op eerdere besluiten waarin zijn AAW/WAO-uitkeringen werden geweigerd en teruggevorderd. Deze besluiten betroffen perioden vanaf 1995 waarin appellant volgens het Uwv geen verlies aan verdiencapaciteit had, mede vanwege werkzaamheden die hij verrichtte.
De rechtbank Zutphen had eerder de beroepen van appellant ongegrond verklaard, en ook het Uwv wees het verzoek om terug te komen op deze besluiten af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Appellant voerde aan dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om het dossier in te zien en dat hij nieuwe medische en juridische stukken had, waaronder een arbeidsdeskundig rapport, die zouden aantonen dat het Uwv ten onrechte had aangenomen dat hij niet aan zijn meldingsplicht had voldaan.
De Raad overweegt dat voor terugkomen op een ambtshalve genomen besluit nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten worden aangevoerd die het terugkomen rechtvaardigen. De aangevoerde stukken en omstandigheden waren echter al bekend of hadden al een rol gespeeld in eerdere procedures. Ook de overgelegde strafrechtelijke uitspraken zijn niet relevant voor de bestuursrechtelijke beoordeling. Daarom is het verzoek van appellant terecht afgewezen en wordt de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om terug te komen op eerdere WAO-besluiten wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.