ECLI:NL:CRVB:2004:AR4752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op ziekte-uitkering en verval wegens te late aanvraag
Betrokkene was sinds 1 augustus 1995 in vaste dienst als leraar en werd op 19 oktober 1995 arbeidsongeschikt. Zij vroeg op 1 augustus 1996 een ziekte-uitkering aan, die aanvankelijk werd afgewezen wegens een tijdelijke taakuitbreiding. De Raad vernietigde dit besluit en beval een nieuwe beslissing. De Minister verleende vervolgens de uitkering, maar verklaarde deze deels vervallen wegens te late aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, oordeelde dat de Minister in strijd met de Awb handelde door de besluitvorming te splitsen, maar zag geen nadeel voor betrokkene. De Raad vernietigt echter de besluiten en de uitspraak voor zover de procedurele fouten niet zijn hersteld en veroordeelt de Minister tot vergoeding van proceskosten.
Inhoudelijk oordeelt de Raad dat de Minister terecht de uitkering deels heeft laten vervallen omdat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanvraag eerder dan 23 december 1996 is ontvangen, terwijl de aanvraag binnen 7 dagen na taakuitbreiding had moeten worden ingediend. De Minister had geen discretionaire bevoegdheid om het verval achterwege te laten. Het hoger beroep van betrokkene wordt afgewezen.
Uitkomst: De ziekte-uitkering vervalt deels wegens te late aanvraag; de Minister wordt veroordeeld in proceskosten wegens procedurele fouten.