ECLI:NL:CRVB:2004:AR4681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.B.J.M. ten Berge
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens urenbeperking bij ziekte van Behçet
Appellant, lijdend aan de ziekte van Behçet, kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Het geschil betrof de vraag of bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd een urenbeperking in aanmerking moest worden genomen. Diverse artsen verschilden van mening over de belastbaarheid van appellant, variërend van voltijds tot een beperking tot 4 of 6 uur per dag.
De Raad benoemde een onafhankelijke reumatoloog, dr. F. Speerstra, die concludeerde dat appellant maximaal 6 uur per dag belastbaar was op de datum in geding. De Raad hield rekening met het wisselende beloop van de ziekte en de succesvolle re-integratie van appellant in ander werk met een werkweek van 5 dagen van 8.00 tot 14.00 uur.
Op basis hiervan oordeelde de Raad dat het eerdere besluit en uitspraak niet in stand konden blijven. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd veroordeeld tot het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar, vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en vergoeding van proceskosten van in totaal €1.333,54. Tevens werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het Uwv dient een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van een urenbeperking van 6 uur per dag.