ECLI:NL:CRVB:2004:AR4648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en handhaving van WAO- en Ziektewet-besluiten inzake arbeidsongeschiktheid en ziekengeld
Betrokkene, die haar werkzaamheden als medewerkster tuinbouw in 1999 staakte wegens gezondheidsklachten, werd medisch en arbeidskundig beoordeeld voor aanspraak op WAO-uitkering. De verzekeringsarts concludeerde dat zij in staat was lichtere arbeid te verrichten, en de arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde het WAO-besluit vanwege een ondeugdelijke arbeidskundige grondslag, met name over de opleidingseisen van bepaalde functies.
Betrokkene meldde zich later ziek terwijl zij een WW-uitkering ontving, waarna het Uwv haar ziekengeld weigerde omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege de eerdere vernietiging van het WAO-besluit. In hoger beroep stelde betrokkene dat haar beperkingen werden onderschat en dat de functie assemblagemedewerker te zwaar was.
De Centrale Raad oordeelde dat de vermelding van opleidingseisen bij twee functies bloemist/verspener een kennelijke fout was en dat alle vier functies bloemist/verspener geschikt waren. Ook achtte de Raad de functie assemblagemedewerker passend, mede gezien de mogelijkheid om pieken in het werk door inzet van uitzendkrachten op te vangen. De medische en arbeidskundige schattingen werden bevestigd, en de eerdere vernietigingen werden vernietigd. De beroepen werden ongegrond verklaard en de besluiten van het Uwv bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen van betrokkene tegen de vernietiging van de WAO- en Ziektewet-besluiten worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.