ECLI:NL:CRVB:2004:AR4465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzonder geval voor ingangsdatum Wajong-uitkering
Appellante heeft een Wajong-uitkering toegekend gekregen met ingang van 4 januari 2000, één jaar voor haar aanvraagdatum. Zij stelde dat zij pas op het moment van haar stage als ergotherapiestudente volledig zicht kreeg op haar arbeidsongeschiktheid, en betoogde dat dit een bijzonder geval was dat een eerdere ingangsdatum rechtvaardigde.
De rechtbank Rotterdam en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellante, die al vanaf haar tweede levensjaar met haar beperkingen kampte en zich extra moest inzetten voor haar studie, duidelijk bewust moest zijn geweest van haar ernstige beperkingen in benutbare mogelijkheden. Hierdoor was er geen aanleiding om een bijzonder geval aan te nemen dat een eerdere ingangsdatum rechtvaardigt.
De Raad vond de argumenten van appellante onvoldoende om af te wijken van het standaardbeleid en bevestigde het eerdere oordeel. Er was geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen sprake is van een bijzonder geval en handhaaft de ingangsdatum van de Wajong-uitkering op 4 januari 2000.