ECLI:NL:CRVB:2004:AR4454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens ontbreken schriftelijke machtiging in bestuursrechtelijke voorlopige voorziening
Verzoeker heeft namens betrokkene een verzoek ingediend bij de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, met als doel een beslissing af te dwingen op een herzieningsverzoek. De Raad heeft verzoeker verzocht een schriftelijke machtiging te overleggen, conform artikel 17 van Pro de Beroepswet en artikel 8:24 Awb Pro, maar verzoeker heeft deze niet binnen de gestelde termijnen ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker daardoor moet worden geacht een verzoek voor zichzelf te hebben ingediend, terwijl hij niet het belang heeft dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Hierdoor ontbreekt de bevoegdheid om het verzoek in te dienen.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Er zijn geen omstandigheden die toepassing van artikel 8:75 Awb Pro rechtvaardigen. De uitspraak is gedaan door mr. C.G. Kasdorp op 11 oktober 2004.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging en het ontbreken van een rechtstreeks belang.