ECLI:NL:CRVB:2004:AR4445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens geschiktheid voor gangbaar werk
Appellant, voormalig zelfstandig ondernemer, vroeg een WAZ-uitkering aan na ziekte en herstelperiodes vanwege hartklachten en gerelateerde symptomen. Gedaagde weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht en geschikt voor gangbaar werk vanaf 31 mei 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep werden de medische bezwaren van appellant, waaronder verklaringen van huisartsen, verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over de aard van de werkhervatting. De Raad vond geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad onderschreef het oordeel dat de belastbaarheid van appellant niet werd overschreden door de voor hem aangehouden functies en dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor gangbaar werk vanaf 31 mei 2000.