ECLI:NL:CRVB:2004:AR4444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentage en uitkeringsberekening volgens WAO
In deze zaak staat centraal of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) het arbeidsongeschiktheidspercentage en de uitkering van appellant op juiste wijze heeft vastgesteld en uitgevoerd. Appellant betwistte dat zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 31 december 1997 onveranderd 35-45% moest blijven en voerde aan dat de vakantietoeslag ten onrechte was meegenomen bij de inkomensberekening.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De Raad overweegt dat appellant geen rechtens te respecteren belang heeft bij een aparte eerstejaarsherbeoordeling en dat de oude regeling van 1983 niet meer van toepassing is sinds de vervanging in 1994. Tevens is geen sprake van schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit van 28 maart 2001 en wijst het hoger beroep af. Ook wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzitter Janssen en leden Van der Vos en Levelt-Overmars op 8 oktober 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.