ECLI:NL:CRVB:2004:AR4434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen eervol ontslag wegens ongeschiktheid
Het Algemeen Bestuur van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het ontslag van een onderzoeker wegens ongeschiktheid wegens onvoldoende publicaties en gedragsproblemen onterecht achtte. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om schorsing van de uitspraak op grond van artikel 8:81 Awb Pro.
De voorzieningenrechter overwoog dat het enkele vermoeden dat de uitspraak in hoger beroep niet stand zal houden onvoldoende is voor schorsing. Het belang van de werkgever om de uitspraak niet uit te voeren was niet zwaarwegend genoeg, omdat geen onoverkomelijke financiële problemen of onverantwoorde risico’s werden verwacht. Daarentegen was het belang van de onderzoeker groot vanwege zijn lopende onderzoeksproject en het belang om zijn vakbekwaamheid te behouden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de grieven van de werkgever mogelijk in de hoofdzaak kunnen slagen, maar dat dit niet geschikt is voor voorlopige beoordeling. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de uitspraak van de rechtbank van kracht totdat de Raad in de hoofdzaak beslist.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitspraak over het eervol ontslag wordt afgewezen.