ECLI:NL:CRVB:2004:AR4428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Onterechte herziening WAO-uitkering wegens onveranderde medische situatie
Appellant, werkzaam als schoonmaker, liep in 1997 een bedrijfsongeval op met pees- en zenuwletsel aan zijn linkerduim. Hij kreeg een WAO-uitkering toegekend van 80-100% arbeidsongeschiktheid per 1998. In 1999 werd deze uitkering herzien naar 15-25%, wat door appellant werd aangevochten. Zowel de rechtbank als het UWV handhaafden deze herziening.
In hoger beroep stelde appellant dat het belastbaarheidspatroon onjuist was, met name ten aanzien van tweehandige werkzaamheden en werken bij lage temperaturen. De Raad schakelde een onafhankelijke deskundige in, prof.dr. Van der Horst, die concludeerde dat appellant niet in staat was tot de geselecteerde functies en dat zijn medische situatie sinds 1999 onveranderd was.
De Raad volgde dit oordeel en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige medische beoordeling en het volgen van onafhankelijke deskundigen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd omdat de medische situatie onveranderd is gebleven.