ECLI:NL:CRVB:2004:AR4190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht op WAJONG-uitkering voor jeugdgehandicapte
Appellante heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een verzoek ingediend om in aanmerking te komen voor een WAJONG-uitkering. Dit verzoek werd afgewezen omdat zij niet kon worden aangemerkt als jeugdgehandicapte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische rapporten en het arbeidsverleden van appellante heeft meegewogen.
De Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en de overwegingen van de rechtbank onderschreven. De Raad acht de medische rapporten, waaronder dat van psychiater Witte, betrouwbaar en ziet geen aanleiding om het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te verwerpen. Ook het arbeidsverleden van appellante, waarin zij meerdere jaren heeft gewerkt, ondersteunt het oordeel dat zij niet als jeugdgehandicapte kan worden aangemerkt.
Appellante voerde aan dat zij wel jeugdgehandicapte is, gesteund door rapporten van andere artsen, maar de Raad acht deze onvoldoende overtuigend of niet rechtstreeks op haar van toepassing. De Raad concludeert dat appellante niet op objectief-medische gronden zodanig beperkt was dat zij recht heeft op een WAJONG-uitkering. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WAJONG-uitkering bevestigd.