ECLI:NL:CRVB:2004:AR3951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende onderzoek naar verzwegen inkomsten
Appellanten ontvingen vanaf 1990 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers, later omgezet in een bijstandsuitkering. In 2000 startte een onderzoek naar vermeende handel in merkvervalste horloges, waarbij appellant werd verdacht van betrokkenheid vanaf 1 oktober 1997. Op basis van dit onderzoek werd de uitkering ingetrokken en teruggevorderd over de periode 1997-2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Raad oordeelt dat het vermoeden van betrokkenheid onvoldoende is onderbouwd. De onderzoeksrapportage vermeldt waarnemingen pas vanaf mei 2000, waardoor het enkele vermoeden niet toereikend is om de betrokkenheid vanaf oktober 1997 vast te stellen.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verklaart het beroep gegrond. De gemeente Helmond wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Er dient een nieuw besluit op bezwaar te worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.