ECLI:NL:CRVB:2004:AR3679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting van 20% op uitkering wegens arbeidsongeschiktheid onderwijspersoneel
Appellante, werkzaam als leerkracht Onderwijs in Allochtone Levende Talen, had haar werkzaamheden gestaakt wegens ziekte en ontving een uitkering op grond van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel (BZA). Na 18 maanden ziekte werd haar bezoldiging met 20% verlaagd. Appellante verzocht om opheffing van deze korting, stellende dat zij haar werkzaamheden wilde hervatten en dat de korting onterecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van bezwaar tegen het primaire besluit. Na behandeling van het bezwaar verklaarde het bestuursorgaan dit ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit besluit, overwegende dat appellante niet voldeed aan de vereiste medische toestemming om haar eigen werkzaamheden te hervatten en dat de werkgever niet gehouden was om zonder deze toestemming de korting op te heffen.
De Raad wees erop dat appellante vanaf 25 mei 1999 tot 12 november 2001 geen werkzaamheden verrichtte en dat de korting conform artikel 4 BZA Pro terecht werd toegepast. Verder werd geoordeeld dat de werkgever voldoende had gedaan om de reïntegratie te bevorderen en dat de Wet verbetering poortwachter niet van toepassing was in de betreffende periode. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De korting van 20% op de uitkering van appellante wordt gehandhaafd omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor hervatting van haar eigen werkzaamheden.