ECLI:NL:CRVB:2004:AR2846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over schadevergoeding en terugvordering WW-uitkering
Appellante ontving vanaf 25 januari 1996 een WW-uitkering die later bleek te zijn vastgesteld op een te laag dagloon. Hierdoor had zij over de periode van 3 juli 1996 tot en met 17 mei 1998 te veel WW-uitkering ontvangen. Gedaagde nam daarop verschillende besluiten tot terugvordering en herziening van het dagloon, die deels werden vernietigd door de rechtbank.
De rechtbank kende appellante een schadevergoeding toe van f 1500,--, mede gebaseerd op een onderlinge overeenkomst tussen partijen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het niet past binnen artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht om een vergoeding toe te kennen die niet uitsluitend betrekking heeft op daadwerkelijk geleden schade door onrechtmatige besluiten, maar op een onderlinge financiële regeling. Bovendien was de schade niet gespecificeerd of onderbouwd.
De Raad vernietigt daarom het deel van de uitspraak dat over schadevergoeding gaat en bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Appellante krijgt de gelegenheid haar schadevergoeding nader te specificeren. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak over schadevergoeding en beveelt een nieuw besluit op bezwaar.