ECLI:NL:CRVB:2004:AR2785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk als administratief medewerkster
Appellante viel op 4 december 1997 uit haar werk als administratief medewerkster wegens klachten gerelateerd aan een post whiplash syndroom na een auto-ongeval. Na 52 weken arbeidsongeschiktheid werd zij geschikt geacht voor passend werk zonder urenrestrictie en werd haar WAO-uitkering vastgesteld op 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. Na meerdere perioden van ziekte en herstel werd zij in februari 2000 opnieuw ziek gemeld.
Een verzekeringsarts stelde een belastbaarheidsprofiel op zonder medische urenbeperking, en een arbeidsdeskundige concludeerde dat zij geschikt was voor haar eigen werk voor 39 uur per week. Op basis hiervan trok het UWV de WAO-uitkering per 19 juni 2000 in. Appellante maakte bezwaar, maar de bezwaarverzekeringsarts vond geen aanwijzingen dat de beperkingen waren onderschat. De rechtbank bevestigde het besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat zij vanwege lichamelijke klachten haar werkuren had moeten verminderen tot 32 uur per week. De Raad overwoog dat het UWV en de bezwaarverzekeringsarts beschikten over recente medische gegevens en dat het belastbaarheidsprofiel adequaat was. De arbeidsdeskundige toonde overtuigend aan dat appellante haar eigen werk fulltime kon verrichten. De Raad vond geen aanleiding voor een nieuw medisch onderzoek en bevestigde het bestreden besluit. Appellante kan bij toename van klachten een herbeoordeling aanvragen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt wordt geacht haar eigen werk fulltime te verrichten.