ECLI:NL:CRVB:2004:AR2755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AAW-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om zijn AAW-uitkering per 29 oktober 1996 te herzien en vast te stellen op een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. De rechtbank Zwolle had dit besluit eerder bevestigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij volledig arbeidsongeschikt is en dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts, die de belastbaarheid van appellant had aangescherpt, betrouwbaar is en dat appellant zijn stelling van volledige arbeidsongeschiktheid niet met concrete medische gegevens had onderbouwd. Ook achtte de Raad aannemelijk dat de belastbaarheid niet werd overschreden volgens het functie-informatiesysteem.
Wat betreft het maatmaninkomen stelde appellant dat het bedrag van 30.000 gulden per jaar verdubbeld moest worden omdat hij slechts 20 uur per week werkte, maar de Raad oordeelde dat het aantal gewerkte uren irrelevant is voor de fiscale winst en daarmee voor het maatmaninkomen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AAW-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.