ECLI:NL:CRVB:2004:AR2748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na wachttijd
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), omdat zij na afloop van de wachttijd op 5 februari 2001 minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De medische rapporten van verzekeringsartsen en de psychiater van appellante werden beoordeeld. De Raad vond geen objectieve medische gronden om te concluderen dat appellante zwaarder beperkt was dan vastgesteld.
Ondanks psychische klachten achtte de Raad appellante geschikt voor de geselecteerde functies, waarbij het verlies aan verdienvermogen minder dan 15% bedraagt. Verzoek om nader medisch onderzoek werd afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is.