ECLI:NL:CRVB:2004:AR2584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tot voortzetting van haar WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, terwijl uitbetaling plaatsvond op 15 tot 25%.
Na gedeeltelijke gegrondverklaring van het bezwaar en herziening van de uitkering, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat de medische grondslag onvoldoende was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch en arbeidskundig onderzoek, waaronder rapporten van verzekeringsartsen, een adequate en toereikende basis vormen voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. De door appellante overgelegde psychiaterverklaring biedt onvoldoende aanleiding tot herziening of nader onderzoek.
De Raad benadrukt dat de eigen opvatting van de verzekerde over zijn arbeidsongeschiktheid niet beslissend is en dat geen gronden aanwezig zijn om het bestreden besluit buiten werking te stellen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.